Logo De Hilversumse Boekhandel

Voorpagina

Bestellen

Routebeschrijving

Nieuws

De Boekhandel

Blog

Best Verkochte Boeken

Foto's

Aanraders

Ambassadeurs

Links

Verhalenwedstrijd 2009

De winnende verhalen:

6 tot en met 9 jaar: 10 tot en met 13 jaar:
Journey van Boeijen, 'Het toetjesmonster'

Dit verhaal gaat over een toetjesmonster die onder de grond leeft.
Hij zit daar de hele tijd rustig in zijn hol.
Maar op een dag zei hij: 'Ik heb zin in een toetje.'
Hij ging door een luikje, dat in het plafond van zijn huis zat, naar de mensenwereld.
Hij deed dat 's nachts en niet overdag, want dan zouden de mensen hem zien.
Hij nam zijn zaklamp mee want anders zag hij niks.
Hij ging naar de Egyptestraat, dat wist hij want hij kon lezen wat er op de wegwijzer stond. Hij ging zachtjes een huis binnen om te zien of er nog toetjes in de ijskast stonden. Nee, er stonden geen toetjes en teleurgesteld ging hij weer weg.
In het volgende huis sloop hij weer heeeeeel zachtjes naar de koelkast om geen herrie te maken. Hij keek in de koelkast en… nee, helaas, weer geen toetjes.
'Hè, ik heb zo’n honger en nu zijn er nergens toetjes te bekennen.
Nou ja, dan zoek ik maar iets anders.'
Hij ging weer terug naar zijn eigen huis met een lege maag.
Toen hij in zijn zitstoel zat te denken aan eten klopte er opeens iemand op zijn luikje.
Er stond een muisje naast zijn luikje.
Dit muisje zei: 'Ik heb je gezien, toen je de Egyptestraat in liep en ik hoorde je mopperen in een huis. Dus toen heb ik maar iets lekkers voor je meegenomen.'
Het monstertje keek de muis aan en vroeg: 'Wat heb je dan meegenomen?'
De muis hield zijn pootje op en wat zag het monstertje daar….? Een IJSJE!
Het monstertje zei: 'Ik had wel zin in een toetje maar een ijsje is veel beter.'
Hij pakte het koude ijsje aan en bedankte de muis.
'Je hoeft mij niet te bedanken hoor, zei de muis 'want ik hoorde je mopperen en dat vond ik zielig, dus heb ik dit maar voor je meegenomen uit mijn muizenvoorraadkastje.'
Het monstertje gaf het muisje als bedankje een stukje kaas.
Verder zaten ze samen de rest van de nacht gezellig te eten.

EINDE

Jip Tollenaar, 'Meneer brokeli geeft een feestje'

In de moestuin wonde meneer brokeli met zijn familie, hij ging op weg en kwam mevrouw ardapel tegen. en toen zei die zulen we aan mevrouw wortel en meneer radijs vraagen of ze mee wilen doen met het feestje? en toen ging mevrouw ardapel het verttelen aan mevrouw wortel en meneer radijs dat meneer brokeli een feestje geeft. en toen kwam de helle familie van mevrouw wortel en meneer radijs.
ze gingen taart eeten en snoepjes en ze gingen heel veel cjokoldemelk drinken en ze dansten op de muziek tot het donker werd

Bas Laarakker, 'De snoep dag'

Gister werd ik wakker om zeven uur. Ik was nog helemaal slaperig. Ik kon bijna niks zien, dus ging ik nog even slapen. Toen ik weer wakker werd lag er een hele berg snoep op me. Ik hou helemaal niet van snoep en zeker niet als het plakkerig is. Dus gooide ik het snoep van me af. Ik was heel plakkig. Ik rende naar beneden en vertelde wat er plotseling gebeurden. Daarna ging ik naar school. Daar raakte ik een paal aan en ik bleef vastplakken. Dus ik kwam een uur te laat. Eindelijk kwam ik in me klas, en we kregen een tractatcie. Opeens kwamen er wormen uit de taart, uit de ramen en uit de kast. Iedereen begon te gillen en renden naar huis. Ik zag dat het snoepwormen waren, dus ging ik ook naar huis. Toen ik thuis was ging ik uitgeput op de bank zitten. Ik was blij dat de dag voorbij was.

Wieke van Kaam, 'Is dit een droom?!'

Het is zaterdag avond en Charlien zit aan tafel. 'Papa?' vraagt ze. Hebben we genoeg chips voor morgenavond?' Ja,maak je maar geen zorgen, we hebben alles al geregeld. We hebben alles al in huis.' Maar je gaat nu naar bed!' 'Nee!' zegt Charlien stug.'Je gaat nu naar bed,anders vier je morgen niet je partijtje,' zegt papa boos. 'Oké , zucht ze. Als ze later in bed ligt, slaapt ze meteen. Ze droomt dat ze haar partijtje viert. En dat Mieke en José komen. Ze snoepen als gekken,kruimelen met de chips en drinken dat ze later drijfnat zijn. Ze hadden vijf zakken met snoep,maar die zijn nu helemaal leeg. Als Charlien's moeder binnen komt zegt ze niets van de troep,maar zegt wel;'jullie moeten straks wel je tanden poetsen,hoor!' Als Charlien's moeder weg is fluistert Charlien tegen Mieke en José; ik ga mijn tanden niet poetsen,hoor! De kinderen lachen nog wat,maar dan gaan ze slapen want het is inmiddels al twaalf uur geweest. De volgende ochtend brengen Charlien en haar vader Mieke en José weg. Daarna moeten ze vlug naar de tandarts want anders komen ze te laat. Ze kunnen gelijk doorlopen en hoeven niet te wachten. 'Zo,' zegt de tandarts. 'We gaan eens kijken of jij de laatste tijd je tanden goed hebt gepoetst. Doe je mond maar eens open.' Even is het stil. 'Dat ziet er niet zo best, meisje.' In elke tand heb je een gaatje! IS DIT EEN DROOM?! gilt ze. Verschrikt wordt haar moeder wakker. 'Charlien,gil niet zo!' Sorry,' mompelt ze. En ze slaapt weer verder. De volgende ochtend word Charlien wakker van mensen die zingen. 'Lang zal ze leven,' zingen vader en moeder.'Dank jullie wel,' zegt Charlien als ze zijn uitgezongen. 'En nu de cadeau's,' zegt vader. Een nieuwe fiets en een boek! roept ze blij. 'Dank jullie wel.' Ik ben er erg blij mee.' Dan gaat ze lezen in haar nieuwe boek. Om vier uur stopt ze met lezen. 'Wanneer komen ze nou,' bromt ze. Het is al vier uur geweest en Mieke en José zouden om vier uur komen. Dan klinkt er getoeter in de straat. 'Ze zijn er!' roept ze. Dan rent ze de straat op en begroet mieke en José die aan komen lopen. 'Gefeliciteerd,' zegt Mieke. 'Dit is je cadeautje.' 'Wat een leuk armbandje!' zegt Charlien. 'Gefeliciteerd! Van mij krijg je een ketting!' zegt José. 'Allebei bedankt. Nu gaan we taart eten.' Als het vijf uur is, zegt Mieke; wat zullen we doen? 'We kunnen het beste iets rustigs doen want anders zijn we al moe voordat we nog moeten beginnen aan het slaapfeestje,' zegt Charlien. 'Dat is waar, zegt mieke, want ik wil dat slaapfeestje niet missen!' Uiteindelijk gingen ze verstoppertje spelen. 'Wil niemand hem zijn? Dan ben ik hem wel,' zegt José. En ze begint met tellen. 'Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, één….. wie niet weg is, is gezien, ik kom. Als eerste vindt ze Charlien en niet lang daarna Mieke maar die zat ook op een hele goede plek;achter het gordijn. Inmiddels is het acht uur en ze gaan frietjes eten. 'Mmm….lekker,hoor!' zegt José. 'Nou,ik wou dat mijn vader zo goed kon koken.' Dank je wel voor dat compliment,' zegt vader en hij kijkt heel trots. Ze zijn klaar met eten en Charlien gaat naar boven en de andere volgen. Ik ga mijn luchtbed opblazen,denkt Mieke. 'Wie wil er alvast een snoepje! gilt Charlien. Ze is zo opgewonden dat ze bijna struikelt over de zoldertrap. Charlien geeft ieder een snoepje,maar na anderhalf uur [om half tien dus] is de hele snoepzak al weer leeg. Maar ze hebben nog twee andere snoepzakken en dus eten ze nog een zak leeg. De derde eten ze niet meer op maar eten nog een zak chips leeg en dan hebben ze eindelijk genoeg. Wij kunnen niet meer, zeggen ze als de vader binnen komt.- 'Wij hebben een volle maag,' zeggen ze precies tegelijk en dan schieten ze in de lach. 'Mijn buik,' kreunt Mieke nog steeds lachend. 'Jullie moeten nu wel je tanden poetsen,' zegt vader. 'Helemaal niet,' protesteert Charlien. 'Goed, voor één keertje dan, maar jullie moeten dan nu wel gaan slapen,' zegt vader. Charlien, Mieke en José gaan in bed liggen en slapen meteen. De volgende ochtend brengen ze José en Mieke weg en rijden door naar de tandarts. Ze zijn iets te vroeg maar Charlien heeft haar gekregen boek mee en begint te lezen. Maar ze zijn snel aan de beurt. Gelukkig maar. 'Zo,' zegt de tandarts. Doe je mond maar open.' De tandarts zijn gezicht staat even later heel ernstig. Je hebt zeven gaatjes. 'Zeven gaatjes!' zegt Charlien geschrokken. 'IS DIT EEN DROOM?!

Pieter van Eig, 'Het grote pompoenmysterie'

'Rust in vrede.' Dat zei een priester in een afgelegen dorpje in Schotland. Hij had het over Betty Braamstede, de vrouw van Barry Braamstede, die twee weken geleden was overleden. Oude Barry was er kapot van en nu moest hij helemaal alleen in zijn pompoenboerderij werken. Mevrouw Braamstede werd begraven naast de kerk in het dorpje. Vier dagen geleden was ze overleden, niemand wist hoe ze precies overleden was. Sommige dachten dat ze aan een hartaanval was overleden, anderen dachten dat ze was vergiftigd. Maar nu iedereen weet hoe het gebeurd was en iedereen weet dat Barry alles gedaan had om het uit te zoeken. Ik zal jullie vertellen wat er was gebeurd.
Boer Barry was een dag na de dood op zijn erf aan het zoeken naar aanwijzingen. Het eigen onderzoek van de polite was al doodgelopen (nu waren die agenten ook niet de slimste jongens van de buurt). De politie had al een paar keer gevraagd of ze konden helpen met Barry's onderzoek maar Barry zei telkens nee en dat hij het zelf wou uitzoeken. Barry had tot tien uur 's avonds gezocht en dit is zijn lijstje:

Een kapotte grasmaaier (dat was geen aanwijzing maar een herinnering om de grasmaaier te reparen.)
Een halve pompoen, waar was de andere helft?
Een gebroken hark, die was eerder op de dag nog heel
Een paar kleinere pompoenen in een grote cirkel (!?), pompoenen leggen zichzelf nooit in een cirkel, ook kleine niet!

Barry vond het raarste de pompoencirkel. Hij dacht nog een uur na wat het zou kunnen zijn maar en om elf uur was hij in slaap gevallen aan de tafel.
De volgende morgen had hij een oude vriend van hem Johan Pietersen, gevraagd of hij een verband zag. Johan Pietersen was een pompoen specialist in het bereiden van pompoensoep, pompoenfriet, gebakken pompoen en geroosterde pompoen. Als iemand wist hoe die pompoenen in een cikel waren gelegd en waar de andere helft van de grote pompoen was gebleven dan was het Johan.
Johan begon de dag om eerst voor Barry en voor hem een heerlijk bakje pompoensoep in te scheppen en op te dienen. Samen voerde ze een uitgebreid gesprek over de aanwijzingen die de pompoenen hen konden geven.
Was ze uitgegleden bij het pompoen rapen? Misschien had het mysterieuze pompoen volk haar Pompoenen laten snijden met een hark en was die hark daarom kapot gegaan? Een paar gekke theorieën later bedachten Barry en Johan dat het echt niet hielp om te raden wat er was gebeurd maar dat ze bewijzen moesten gaan zoeken maar het was al laat en Barry vond het tijd om naar huis te gaan. Hij zij tegen Johan dat hij morgen weer terug kwam en ging naar huis.
De volgende dag was hij weer naar Johan gegaan en met Johan had hij de hele dag gezocht en ze hadden niks gevonden. Die dag nam Barry een besluit. Het had geen zin meer om naar bewijzen te zoeken. Hij vroeg een onderzoek aan bij de politie om het lichaam te onderzoeken. Drie dagen later kreeg hij de uitslag en wat bleek. Mevrouw Braamstede buiten was haar nieuwe pompoenjam met pitten aan het proeven toen ze op hark stapte die tegen haar voorhoofd klapte en daardoor stikte ze in een pompoenpit. Barry vond het als pompoenboer een mooie dood.

Jessica Oppelaar, 'Kommy de Kommer en de vleesetende komkommers'

Er was eens een komkommer. Een doodgewone komkommer die als proefkonijn werd gebruikt in het lab van een één of andere gekke geleerde met een zwaar Duits accent. De geleerde probeerde voedsel tot leven te wekken zodat het je mond in kon lopen. De geleerde had al geprobeerd een tomaat tot leven te wekken, maar dat was geëindigd met een explosie. 'Mair nu,' mompelde de gekke geleerde. 'nu zal het mai luukken…' De geleerde trok aan de hendel van zijn 'tot-leven-wek machine'. Lampjes begonnen te draaien, buiten begon het te onweren. Het was een heel kabaal. De komkommer kreeg oren, een mond, armen en benen. De geleerde schreeuwde boven het lawaai uit: 'Het laift!' Toen viel de stroom uit. 'Verdroide blieksemienslaag! Waairom moet het oik altijd gaan onwairen als iek iets probier? Nu ga iek slapen met main liefste taidybair. Morgien ga iek veerdier.' En hij liep weg. De geleerde liet de komkommer achter. Maar de komkommer had helemaal geen zin om een beetje te blijven liggen. Hij ging op onderzoek uit. Hij ging kijken op de computer. De komkommer had een goed stel hersens gekregen, want hij wist alles wat de geleerde ook wist. Vanzelfsprekend was hij ook een beetje gek. De komkommer ging naar Wikipedia en las daar info over alles. Ook over namen. Hij bedacht zich ineens dat hij geen naam had. Daarom gaf hij zichzelf de naam Kommy de Kommer. Ook las Kommy dat zijn soort – de komkommer - door de mens gegeten werd. Daar werd Kommy razend van. Hij bouwde in het lab van wat rommel de 'Reuskommerbot'. Een gigantische robot van wel zes meter lang met een komkommer-uiterlijk. Kommy wekte ook andere komkommers tot leven die in het lab lagen. Hij gaf ze een mensenvleesetende aanpassing. Hij vertelde hun over het vreselijke lot en zijn plan het lot te slim af te zijn. De komkommers stemden enthousiast in met zijn plan. Alle komkommers vormden een gigantisch leger. Kommy zelf ging in de robot zitten. Zo marcheerden de komkommers het dorp in waar de geleerde woonden en aten ze iedereen op die geen slaaf wilden worden. Kommy werd burgemeester, maar hij was niet tevreden. Hij had de smaak te pakken en wilde heerser van het universum worden. Hij stookte het leger weer op, en zo ging de strijd verder. Natuurlijk verzette sommige steden zich, maar daar werd gewoon iedereen opgegeten. De komkommers kregen hun buikje niet vol. Ondertussen was Kommy een groot koning geworden, maar hij wilde meer. Toen beging Kommy een grote fout: hij viel het domein van Carolientje binnen. Toen Kommy's soldaten Carolientje op de knieen wilden dwingen, veranderde Carolientjes haar in slangen, kreeg Carolientje klauwen en kwam er vuur uit haar mond. Carolientje versloeg alle komkommers op 1 na: Kommy. Kommy was zo bang geworden dat hij in een brandende openhaard sprong. Carolientje werd weer een normaal mens, en het volk vereerde haar. Alles liep weer normaal. Tegenwoordig worden er nog steeds kinderen Carolien genoemd, ter ere van Carolientje.

Einde

'Einde?' mompelde een hoopje as… 'Einde? Dacht het niet!' en uit het hoopje as vescheen Kommy zinnend op wraak…

Iris Reijmerink, 'Het snoepschaakspel'

Er was eens een spel dat ieder kind wel wilde spelen. Een spel waar er per dag wel duizenden van werden verkocht. Namelijk het snoepschaakspel. Ik haat dit spel zo erg. Want ik, een normaal klein gummibeertje, word gebruikt als loper. Ja, je hoort het goed. Een loper. Alle schaakspullen in dit spel zijn namelijk gemaakt van snoep. En iedere keer als je een schaakstuk te pakken krijgt, mag je hem opeten. Daardoor ben ik dus wees geworden. En hoe dat is gebeurd zal ik jullie nu uitleggen.

Het was een normale dag en ik zat lekker in de etalage te kijken naar alle mensen die langsliepen, toen er opeens iets heel raars gebeurde. Ik werd namelijk opgepakt met mijn hele snoepjesfamilie door een hele grote mannenhand. We werden in een hele grote doos gestopt , allemaal op een eigen plekje. Ik werd bang en begon zachtjes te huilen. 'Ik wil niet weg, ik ben bang,' huilde ik zachtjes. 'Rustig maar schat, het komt wel goed,' zei mijn moeder, de snoepkoningin. 'Ja lieverd, het komt goed,' zei mijn vader, de snoepkoning. Maar ze wisten dat het niet goed zou komen. Ze wisten dat onze tijd nu gekomen was. En dat was het laatste wat ik me herinnerde voordat ik in diepe slaap viel.

Toen ik wakker werd lag ik al op het schaakspel. Maar het spel was al begonnen. Ik zag dat een kinderhand een pion voor me oppakte en hem in zijn mond stopte. De pion schreeuwde het uit. NEE!!! En toen was hij weg. Opgegeten door het kindermonster. Ik keek snel om me heen en zag dat gelukkig iedereen van mijn familie er nog was. Maar ik wist dat het met mijn zus snel gedaan zou zijn. Ze werd opgepakt en op een plaatsje voor mij gezet. Ze fluisterde nog snel: 'Ik hou van je.' En toen werd ook zij opgegeten. De tranen stroomden nu over mijn gummihoofdje. Mijn bloedeigen pionnenzus is dood. En vanaf dat moment werd het alleen maar erger. Iedereen van wie ik hield zag ik voor mijn bloedeigen ogen sterven. En iedere keer werden mijn tranen steeds groter en groter. Mijn broer ging dood, mijn ouders gingen dood, mijn tante ging dood, echt iedereen die ik ook maar kende was dood. Ik kon maar niet stoppen met huilen, totdat ik iemand naast me ook zag huilen. Het was mijn beste vriendin Naomi, die ook net als ik iedereen had verloren. 'Oh Naomi,' schreeuwde ik het bijna uit. 'Gelukkig leef je nog.' Ze keek op en keek me recht in de ogen aan en begon nu ook te huilen van blijdschap. 'Iris, je leeft. Ik dacht dat je al gestorven was.' 'Gelukkig nog niet,' zei ik. 'Maar het spel duurt niet meer zo lang. Of we zullen allebei sterven, of we zullen allebei leven.' 'Maar we zullen blijven leven,' zei Naomi. 'Hoe weet je dat zo zeker?,' vroeg ik haar. 'Omdat ik een plan heb,' zei ze glimlachend. En vanaf dat moment wist ik dat we het zouden overleven. En dat gebeurde ook. Naomi's plan verliep vlekkeloos. We deden namelijk alsof we omvielen en rolden zachtjes het bord af. De val van de tafel naar de grond deed wel veel pijn, maar het was het allemaal waard. We slopen samen naar de deur en renden door het kattenluikje naar buiten. 'En nu?,' vroeg ik hijgend door het rennen. 'Wat moeten we nu doen?.' 'Eerst moeten we met iemand mee liften,' zei Naomi. 'O ja, dat is lekker, even aan een meneer vragen of we mogen meeliften in zijn broekzak,' zei ik sarcastisch. 'Ze schrikken ook echt niet hoor van twee pratende snoepjes.' 'Daarom liften we ook niet met mensen mee,' zei Naomi en ze begon te fluiten. Haar fluittoon was zo hard dat ik mijn oren moest dichtknijpen. En toen begon de hele aarde te schudden. Er kwam een reuze witte hond op ons af rennen. 'Naomi, ik ben bang,' gilde ik. Maar Naomi zat alleen maar blij te glimlachen. 'Iris,' zei ze. 'Je kent Bibi toch nog wel.' 'Bibi, ben jij dat,' zei ik nog een beetje angstig. 'Oh Bibi,, je bent het echt,' en ik begon bijna weer te huilen. 'Hou die tranen maar voor later,' zei Naomi en ze zette me op de rug van Bibi. Ja, Bibi is een hele trouwe hond. Ze luisterde dan ook perfect en binnen de kortste keren waren we weer thuis, in het centrum van Hilversum. We reden met volle vaart naar een oud huisje toe. Het was oud en lelijk, maar van binnen mooi en gezellig. Er zat een lieve oude oma in het huisje, gewoon lekker en gezellig te breien in een schommelstoel. Toen ze Bibi zag zette ze haar breiwerkje weg en liep ze op Bibi af. 'Oh hallo lief klein hondje,' zei het oude vrouwtje. 'Heb je weer antieke snoepjes voor me mee genomen,' zei ze en ze zette ons op de vensterbank naast een stel andere snoepjes. 'Wat is dit hier Naomi?,' vroeg ik een beetje verward. 'Dit Iris, is leven.' En ze had gelijk. Vanaf dat moment werden we koninklijk behandeld. Niemand ging ons opeten of zou dat ooit doen.

Voorpagina

Bestellen

Routebeschrijving

Nieuws

De Boekhandel

Blog

Best Verkochte Boeken

Foto's

Aanraders

Ambassadeurs

Links